Welkom op Ziel.nl
Hier leest u straks alles over Ziel.nl!

De ziel is in de meest gebruikte betekenis de niet-materiële, spirituele component van de mens. In een andere (esoterische) opvatting is het de drager, de uitdrukking of het voertuig van de (eeuwige) geest.

Etymologie

In de sfeer van het begrip ziel komen in vele talen woorden voor die adem(en), lucht, wind, ruiken e.d. betekenen. Grieks: het woord psyche (ziel) betekent evenals pneuma (geest) wind of lucht (< pne(w)ô = waaien). Latijn: de woorden anima (ziel) en animus (geest) betekenen wind, spiritus (geest) adem. Sanskriet: âtman (ziel) betekent lucht (vergelijk adem - misschien - Grieks "atmos"). Hebreeuws: de woorden nefesj (levensadem), nesjamah (ziel) en roeach (geest) betekenen respectievelijk geur, lucht en wind. Volgens de taalkundige H. Möller hangen nefesj en nesjamah samen met neus, roeach met reuk. Anderen zien ook in het Griekse woord nous of noös (geest) verband met neus.

Het Nederlandse woord ziel is verwant met Gothisch saiwala (en misschien met Grieks *saiwolos, vergelijk Aeolus). De term geest mogelijk verwant met gist en geyser: associatie met bruisen en springbron.

De ziel in de klassieke oudheid

Bij Plato is de ziel het morele en intellectuele zelf, dit in onderscheid met de passies en lust c.q. plezier en allerlei zintuiglijke aspecten van het menselijk bestaan. Plato onderscheidt in zijn Faidros (Phaedrus 246A ff., 253C ff.) drie aspecten van de menselijke ziel die hij vergelijkt met een wagenmenner achter een tweespan. Zowel de menner als wel de twee (gevleugelde) paarden zijn onderdeel van de tripartite ziel (zie externe link). Deze drie onderdelen zijn (in meerdere verschillende transcripties van veelal hetzelfde):

Hierbij kan aangetekend worden dat de term noes (nous) meer neo-Platonisch dan Platonisch is en dat deze term geassocieerd wordt met christelijke (her)interpretaties van het oorspronkelijke schema. (Er ontstonden anders namelijk allerlei problemen, vond men, over de kwestie hoe de ziel zich kon verbinden met het vlees van de Christus-figuur)

Bij sterfelijke wezens hebben de paarden hun vleugels verloren, de mens is - i.t.t. tot de goden - dus tot de aarde veroordeeld.

Opvallend is dat de menselijke ziel bij Plato grote overeenkomsten vertoont met die van de goden.

De ziel in de religie

De term ziel wordt door de verschillende religies anders geïnterpreteerd, vaak (onder andere in het christendom) als het ondeelbare en onsterfelijke deel van de mens, diens essentie. In het christendom bestaat de mens uit geest, ziel en lichaam. De geest zou je je wil of je geweten kunnen noemen. Het stelt de persoon in staat om empathie en emoties te voelen en te uiten. Het is meestal de bron van je geestelijke zowel vleeslijke verlangen. In het christendom wordt de geest niet van de ziel gescheiden; de ziel is van een geestelijke natuur en dit is de reden dat de ziel blijft voortbestaan. Dit in tegenstelling tot de dieren en planten waar de ziel niet geestelijk is en de ziel dan ook niet blijft voortbestaan.

Het lichaam is als het ware de tijdelijke omhulsel om te kunnen functioneren in de natuurlijke wereld. Het lichaam kan niet zonder de ziel functioneren,omdat de ziel de ware persoon is die in het lichaam huist.

De ziel is de essentie die een persoon levend maakt. Geschapen uit de adem van God maakt het de ziel het onvergankelijke gedeelte van de mens. De ziel heeft het lichaam nodig om te zien, horen, ruiken, proeven en spreken; om tot kennis van de buitenwereld te komen. Omdat het lichaam en de ziel van nature bij elkaar horen (voor de erfzonde bestond de dood niet) is doodgaan niet natuurlijk. Daarom worden op het einde der tijden lichaam en ziel weer één.

Volgens een andere uitleg van de bijbelse leer over ziel, geest en lichaam is de geest het deel van de mens dat contact maakt met God, de ziel het deel waar wil, gevoel en verstand heersen. Deze leer wordt onder andere uitgewerkt door de bekende Chinese christen Watchman Nee.

Het hindoeïsme gaat er van uit dat ieder schepsel zijn oorsprong heeft in het Paramatman, opperwezen, het universele, alles omvattende, alles doordringende zelf, Brahman of Paramatman, Atman is in dat geval synoniem voor ziel maar in dat geval onlosmakelijk van de Brahman, Kosmische ziel. Door emanatie, karma, kan een ziel drager van geest en/of lichaam zijn. En zo in de schepping emaneren. De wijsheid gekoppeld aan de ziel is het karmisch schaduwlichaam (geest) van de ziel. Dit emaneren herhaalt zich op basis van karma en beschikking tot het einde van een kalpa. Door zich bewust te worden van de Atma en te hechten en te identificeren met één en dezelfde Atman in elk schepsel van de schepping creëert de mens een eenheid tot Paramatman (het universele zelf). Dit kan omdat het zelf aanwezig is in alle zielen. Volgens het Hindoeïsme is dit de relatie tussen schepper en schepsel, ziel en superziel of Atman en Paramatman.

Het boeddhisme ontkent het bestaan van een permanente ziel. Het beschouwt alles als anatta (pali); 'niet-zelf', 'leeg van zelf' of 'zonder zelf'. Het geloof in een essentie of kern van jezelf wordt geassocieerd met het als waar aannemen van concepten als 'ik', 'mijn' en 'mijzelf'. Een van de kenmerken van een heilige in het boeddhisme is dat hij dit niet meer doet. In het boeddhisme is de weg om een dergelijke toestand te bereiken de meditatie.

In de Egyptische mythologie bestond de ziel van een persoon, of persoonlijkheid, uit meerdere elementen.

In de new age wordt met de ziel het niet-materiële deel van de mens aangeduid; dat wat de beweegredenen vormt voor het individuele handelen en leven. In ruimste zin: al die verschijnselen van een individu die niet tot het lichamelijke te herleiden zijn. De ziel wordt er vaak gezien als 'het ware Zelf' van een individu. Soms wordt de ziel gezien als een verbinding tussen geest en lichaam. In die laatste opvatting is de geest 'het ware zelf'. De term ziel is daarmee een filosofisch begrip dat veelal in religieuze context gebruikt wordt om de (of één) niet-stoffelijke component van het menselijk bestaan te benoemen. Die niet-stoffelijke component kan veel omvatten: zelf, bewustzijn, zelfbewustzijn, karakter, denken, intuïtie, wijsheid, ervaren, wil, leven, begeerte. Soms wordt de ziel gezien als drager van zo'n niet-stoffelijke component, soms wordt zij voorgesteld zelf zo'n component te zijn.

Wetenschappelijke benadering

Het begrip ziel wordt doorheen de geschiedenis en in vele culturen op heel uiteenlopende manieren ingevuld of gedefinieerd. Wetenschappelijk gezien kan het bestaan van de ziel (als een feitelijke entiteit) niet worden aangetoond. De wetenschap richt zich immers op verschijnselen die verifieerbaar en falsifieerbaar zijn, of die daar op rationele gronden uit afleidbaar zijn. Het zielsbegrip als term of idee kan daarentegen wel wetenschappelijk worden benaderd, namelijk (descriptief) vanuit historisch-kritisch of linguïstisch perspectief. Door de vooruitgang in de natuur-, mens- en cultuurwetenschappen — in het bijzonder in de psychologie, de genetica en de neurowetenschappen — is in de wetenschap het idee van een ziel stilaan in onbruik geraakt en als een overbodige hypothese beschouwd: er bleek steeds een betere verklaring voor die fenomenen die ooit aan een ziel werden toegeschreven. Heden wordt de ziel er beschouwd als een louter cultureel, associatief en een gevoelsmatig bepaald begrip, wat de divergente betekenissen ervan verklaart die intercultureel tot uiting zijn gekomen.

Bron: http://nl.wikipedia.org/wiki/Ziel